Banken, bonussen en beloftes

ABN AMRO beloont het bestuur met een ton extra salaris. ING, Nationale Nederlanden en Delta Lloyd kunnen natuurlijk niet achterblijven. Het begint al bijna een ritueel te worden. Op gezette tijden komt een financiële instelling met de mededeling dat de salarissen en/of bonussen van het bestuur worden verhoogd.

Zoals Zwarte Piet vanzelfsprekende reacties oproept bij voor- en tegenstanders, zo kun je de klok gelijk zetten op de spontane uitingen van afkeer van het publiek aan de ene kant en de vergoelijkende reacties van de betreffende instellingen zelf aan de andere kant. Daar tussenin zit dan de minister van Financiën die op verbeten toon opmerkt dat hij het graag anders had gezien maar dat het nu eenmaal zo is afgesproken. Tel daarbij op de Tweede Kamerleden die, hoewel ze vaak zelf hebben voorgestemd, nu de vleesgeworden verontwaardiging spelen.

Wat willen banken en verzekeraars nou precies zijn? Aan de ene kant laten ze blijken actief onderdeel te willen zijn van de maatschappij (Rabobank ‘Aandeel in elkaar’, ‘ING is Oranje’), en ons het signaal te willen geven ‘we hebben lessen geleerd de afgelopen jaren’ (SNS doet weer ‘Normaal’, Delta Lloyd is ‘Kritisch op het juiste moment’). Aan de andere kant laten ze om de haverklap zien dat ze weinig hebben begrepen van het maatschappelijk sentiment.

Waarom hebben banken toch zoveel moeite om belofte en werkelijkheid goed op elkaar te laten aansluiten? Als rendement voor de aandeelhouder uitgangspunt is, zeg dat dan gewoon. Dan kan en moet je er ook naar handelen. Dan kan de klant zelf bepalen of de consequenties van die keuze bij hem passen.

Nu roepen alle banken om het hardst dat ‘het klantbelang centraal’ staat. Logisch, want dat wordt opgelegd door de AFM. De klant centraal wordt zo een project, terwijl het gaat om een mentaliteit.

Er zit een gat tussen wat de bank belooft en wat de bank laat zien. En daarmee zijn we bij hét toverwoord van de afgelopen jaren. Vertrouwen. Want ook dat is iets waar de sector naar eigen zeggen keihard aan werkt. Maar komt dit overeen met de werkelijkheid zoals consumenten die ervaren? Te vaak wordt er gewezen op externe factoren die een rol spelen bij het terugwinnen van vertrouwen. De wet- en regelgeving deugt niet, toezichthouders stellen irreële eisen, concurrentie met het buitenland, toptalent dat dito salarissen eist.

Maar daar zit niet de essentie van vertrouwen. Dat zit in de zaken die je als organisatie wél zelf in de hand hebt: je belofte, je producten en je medewerkers.

Zonder vertrouwen in de sector komt uiteindelijk de hele economie tot stilstand. Met alle maatschappelijke en economische gevolgen van dien. Dat is een enorm risico. Hoog tijd voor een nationaal debat over herstel van vertrouwen in de financiële wereld. Dit gaat ons namelijk allemaal aan.

Wat zijn de gevolgen als we op deze voet doorgaan, zit daar toekomst in? Wat gebeurt er als je nu eens écht in vertrouwen investeert? Wat levert dat op? Maatschappelijk en economisch? Laten we om te beginnen eens met elkaar hierover in gesprek gaan. Wij geven hierbij de aftrap.